Alverzoening

weerwoord voor een dwaalleer Joh. 1:12

Categorie: Verzoening

Is de zonde de schuld van God?

Aangezien God ons heeft gemaakt, en wij zondigen, is de zonde dan niet God zijn schuld?
Copyright © Living Waters
Nederlandse vertaling door www.route777.nl

Verzoening in Christus

De verzoening in Christus, door geloof in Zijn volbrachte verlossingswerk. Wat zegt de Bijbel erover?

FAITH (THE ONE REQUIREMENT)

 

Ephesians 2:8 For it is by grace you have been saved, through faithÔÇö

Romans 4:5 faith is credited as righteousness.

Romans 3:28 Therefore we conclude that a man is justified by faith without the deeds of the law

Hebrews 11:6
But without faith it is impossible to please him
Hebrews 11:1
Now faith is the substance of things hoped for, the evidence of things not seen.

2 Corinthians 5:7
(For we walk by faith, not by sight:)

John 20:29 Jesus saith unto him, Thomas, because thou hast seen me, thou hast believed: blessed are they that have not seen, and yet have believed.
Hebrews 12:2
Looking unto Jesus the author and finisher of our faith

De uitnodiging van zondaars tot zaligheid (3)

DE UITNODIGING VAN ZONDAARS

tot

ZALIGHEID

EEN LEERREDE

over

JOH. 7: vs. 37.

TE AMSTERDAM,

3 November 1833.

DOOR

ERNST FRIEDRICH BALL

Derde deel

Wie zijn zij die uitgenodigd worden

Geliefden! Nu wij weten, wie Hij is , die uit­nodigt , doet zich hier een tweede vraag voor, welke mogelijk nog belangrijker is dan de eer­ste , namelijk : wie zij zijn , die uitgenodigd worden?

Worden niet alle mensen hier genoemd , dan is het des te belangrijker voor ons, te onderzoeken, Wie zij dan zijn, die hier bedoeld worden. Het is zaak, voor u en voor mij, om te weten of wij tot de uitgeslotenen , dan wel tot de uitgenodigden behoren.

En inderdaad, in zeker opzicht is de uitnodiging ook niet algemeen ; zij sluit sommigen uit, namelijk: al diegenen , die geen dorst hebben; dorsten is hier in overdrachtelijke zin, net zoals de Heere, om ons in onze onbevattelijkheid en dwaasheid tegemoet te komen, Zijn gelijkenissen uit overdrachtelijke en aardse dingen ontleent, wanneer Hij ons omtrent geestelijke en hemelse dingen wil onderwijzen.

Dorst is het pijnlijkste gevoel van behoefte, de smachtende begeerte naar drank, naar dat, wat kan lessen kan. Er is geen menselijk hart, wat geen behoeften of wensen koestert; ook naar de geest dorsten zij allen. Maar waarnaar ? Vraag het uzel­f en anderen eens na, wat de begeerte van ons hart is?

Ik laat het even aan u over , of alle mensen met de dichter van de 42e Psalm kunnen zeggen: ┬╗ Gelijk een hert schreeuwt naar de waterstromen , zo schreeuwt mijn ziel tot U , o God !”

Helaas niet! Het is bij velen een dorst, een smachtend verlangen naar de wereld en haar begeerlijkheden , naar de zonde en haar bedwelming.

Hun arme hart voelt zich onbevredigd als zij niet elke dag de drie grote afgoden de┬¡zer wereld : de begeerlijkheid van het vlees , de be┬¡geerlijkheid van de ogen en de grootsheid van het leven kunnen dienen. Hoewel dat hart nooit verzadigd,en steeds door een brandende dorst naar nieuwe soorten van begeerlijkheden ver┬¡teerd wordt , zij geloven het toch niet, dat dit alles voorbij gaat; ze bemerken niet dat zij , in plaats van een verkoelende en dorstlessende drank, gloeiend zand genomen hebben ; zij ┬¡wisselen wel van voorwerp van begeerte, laten hun keuze nu op deze, dan weer op een andere zondige lust vallen; zij dorsten naar alles, behalve naar God ; gedachten aan Hem komen niet op in hun hart. Evenmin de vraag : wat moet ik doen om behouden te worden? De bekommering over hun lot aan de andere kant van het graf, over hun zonden, over hun bekering, die kennen of verlangen zij niet; worden zij onverhoopt als door een ongenodigde gast door hun zonden overvallen, meteen wijzen zij Hem af, met : ┬╗ nee, nu niet ,” proberen ze Hem te ontvluchten , en begeven zich met vernieuwde drift tot de genietingen van de zonde, om door haar werking het verontrust geweten te verdoven. Deze dorsten niet naar God; tot hen is de stem van uitnodiging niet gericht ; zij zijn vooralsnog uit┬¡gesloten.

Maar met u is het anders gesteld , geliefde hoorders! Ja , u bekommert u wel over uw zaligheid; aan het welgevallen van God in u is u veel gelegen; u probeert dat te verwerven door uw nette wandel, door uw godsdienstige inspanningen; u troost uzelf met uw goedheid , gulheid en netheid ! Maar, hebt u wel behoefte aan een Jezus ÔÇö een Verlosser ? Dat bent u immers voor uzelf? Uw werk , uw wandel, uw kracht, goedheid , en eigen gerechtigheid , zullen voor u immers de Hemel open doen , en van het geloof in Hem, die den goddeloze rechtvaardigt , weet u immers niets? U spreekt met die van Laodicea (Openb. 3 : vs. 17.) ┬╗ Ik ben rijk en verrijkt ge┬¡worden, en heb aan geen ding gebrek ; en u weet niet, dat u ellendig en jammerlijk, en arm en blind en naakt bent”.

Maar weet het dan nu : de Heere Jezus nodigt u niet ; integendeel zegt Hij tot u : ┬╗ Ik zal u uit mijn mond spuwen.” (Openb. 3: vs. 16.) Gij behoort tot de hoogmoedigen, die God wederstaat; tot de rijken , die Hij ledig weggezonden heeft ; tot de rechtvaardigen , tot de gezonden , voor wie Jezus niet gekomen is. U bent een der Farizee├½rs , die zich zelf willen verhogen, en ook daarom vernederd zullen worden.

En dus deze allen , allen die niet naar een Zaligmaker dorsten , worden door de Heere niet ge­nodigd.

Hij sluit hen uit. Meer nog, zij sluiten zichzelf uit , door hun onverschilligheid; hun zondige begeerlijkheden, hun eigen gerechtigheid en hun hang naar de wereld.

Verder is deze uitnodiging zo onbepaald mogelijk ┬╗Wie dorst ,” zo luidt ze, voor wie het ook zijn mag.

Ik ken u niet, mijn waarde toehoorders! maar u kent u zelf , en houdt u voor grote zondaars ; de verloren zoon met al zijn zonden en schande is het beeld van uw zondig leven; maar , God zij dank ! Zijn verlangen is ook het uwe , en u zegt met hem : ┬╗ Ik zal opstaan , en naar mijn Vader gaan !” U kunt het niet langer in de zonde uithouden; U zou zich graag willen bekeren, en genade en vergeving ontvangen ; maar u durft het niet, u hebt het te erg ge┬¡maakt ; u bent in de zonde oud en grijs geworden, en zegt bij u zelf : ┬╗ ik, ik durf niet komen.,” en zie , juist u, u allereerst nodigt , roept, ja bidt de Heere; Hij, die gekomen is, om te zoeken en zalig te maken wat verloren was ; Hij , wiens bloed reinigt van alle zonden; Hij, wiens genade ook des te overvloediger is geworden, waar de zonde meerder was ; de Heere vraagt u niet, hoe lang u het tegen Hem hebt uitgehouden , hoe zwaar u gezondigd hebt, maar…. of u dorst hebt? En nu heb ik de mij heerlijke last u vandaag te zeggen, dat uw Jezus u roept en op u wacht.

Ook u, geachte toehoorder, die door het lijden en menige harde levensles doordrongen is geworden van de nietigheid daarvan; woord Gods trof u met zijn tweesnijdend scherp zwaard

Door de H. Geest werd u in het licht gebracht , dat al uw doen tot dusver, hoe goed ook naar het oor┬¡deel van de wereld, nochtans in de heilige ogen van God onrein en bevlekt is; u hebt besef van zonden en van het onreine en slechte van uw harten; u ziet begerig uit naar genade , vergeving en weder┬¡geboorte ; zie u bent ook ├®├®n der genodigden; al is uw berouw onvolkomen, uw verlangen nog klein , het inzien van uw schuld nog oppervlakkig, u hebt toch behoefte aan Jezus; tot Hem is de begeerte van uw zielen; buiten Hem vindt u nergens rust ; meermalen nam u al het besluit : ┬╗ nu moet ik veranderen,” maar zodra u het probeerde, bemerkte u dat het niet ging. Wenste u maar die kracht van Jezus te ontvangen, die alleen in staat is alle banden te verbreken ; dat vuur der liefde, om in uw hart alle liefde tot de zonde te verteren , en de sterkte van Zijn hand , die u zo machtig tot zich trok , opdat het dan toch eindelijk tot een beslissende keuze van u mocht komen. Is het niet zo, dat u dorst hebt ? Welnu : ┬╗ wie dorst heeft , kome.┬á┬á

En u, ongelukkige afgedwaalden ! Ja, ik weet wel , hoe het met u gesteld is ; u bent gevallen , en weer in de valstrikken van deze wereld verward ge­raakt ; ooit was u bij Jezus, en had vrede; maar nu , nu niet meer; uw geweten noemt u een Demas , die de wereld wederom lief heeft gekregen ; een Ezau ; die voor een bord linzen zijn eerstgeboorterecht verkocht ; u verlangt naar uw vorige staat, naar de nu door u verloochende Jezus. Maar » er is geen hoop meer zegt u ; maar zie, wat u niet durft hopen, dat roept de Heere Jezus zelf u toe , en dat vandaag nog:

┬╗ Zo iemand dorst , die kome tot Mij !” en u dorst toch naar Hem? O, kom dan; Hij heeft gaven, ook┬ávoor afgedwaalden.

Maar wat verlangt u dan nog meer, geliefden! Liefde hebt u, maar zij is nog gelijk aan een rokende vlaswiek gelijk ; geloof hebt u , maar dit is als het gekrookte riet; u wenste zo vurig dat uw liefde volkomener , uw geloof vaster , en heel uw leven meer naar de wil van God was ; onder de beproevingen ziet u uit naar licht en troost ; uw strijd, tegen de zonde, naar kracht en hulp ; in een woord : uw hele verlangen gaat naar Jezus uit; dat Hij in u leeft en werkt, ja in u woont ! U dorst naar Hem, en wordt door Hem genodigd; ja , de uitnodi­ging is onbepaald : aan allen, die dorsten, al is hun dorst ook nog zo gering , al hebben zij het misschien nu, onder deze prediking voor het eerst in hun leven goed verstaan, hoe zwak hun verlangen nog is , maar nochtans ontdek­ken , dat er een begeerte in hen is, om ook bij diegenen te horen , die waarlijk naar de Heere dorsten.

De uitnodiging van zondaars tot zaligheid (2)

DE UITNODIGING VAN ZONDAARS

tot

ZALIGHEID

EEN LEERREDE

over

JOH. 7: vs. 37.

TE AMSTERDAM,

3 November 1833.

DOOR

ERNST FRIEDRICH BALL

Tweede deel

┬╗ En op de laatste dag, zijnde de grote dag des feestes , stond Jezus en riep, zeggende: Zo iemand dorst, die kome tot Mij en drinke.Joh 7:37

Deze woorden ,┬ágeliefden, ┬ámag ik wel, met alle eerbied voor de┬áhele inhoud van de┬áSchrift , tot de meest bijzondere Bijbelplaatsen re┬¡kenen ,waarop ‘de balsem der genade (om zo te spreken)┬áal boven drijft’ ; die men┬áalleen maar┬áhoeft te horen, al ondervindt men ook de kracht niet van zichzelf om meteen te bevatten, wat voor zegen ze bevatten. Wie weet hoevele mensen er al door bemoedigd, bekrachtigd,┬áversterkt en getroost door zijn geworden; die, – sinds zij voor het eerst uitgesproken werden – , eeuwige troost in het hart gestort hebben ; tot die spreu┬¡ken , welke oud en bekend , en toch┬ásteeds weer┬ánieuw ‘en dierbaar bleven ; die, hoe dikwijls ook verklaard, overwogen en toegelicht , telkens weer nieuwe stof tot overdenking vanwege hun onuitsprekelijke diepte bieden.

Ja , geliefden! Deze woordenÔÇö ik beken het graag ÔÇö behoren tot de meest geliefde onderwerpen van verkondigers van het Evangelie , want zij stellen hen in de gelegenheid, om het mooiste deel van bediening uit te oefenen ; om alles , wat zondaar heet en behoud zoekt, tot de Zaligmaker te nodigen , van Zijn zondaars┬¡liefde en de volheid van Zijn genade te roemen, en daarop allen te wijzen , die Hem zoeken.

De Heere schenke dan Zijn dienaar genade en wijsheid , om ook vandaag iets van de heerlijke inhoud van dit woord te tonen; dat Hij onze harten mag openen zoals eens ook bij Lydia deed, om naar Zijn stem te horen.

Hoe Jezus zondaars tot de za­ligheid uitnodigt

Wie is het die uitnodigt?

┬╗ En op de laatste dag, zijnde de grote dag der feestes , stond Jezus en riep, zeggende: Zo iemand dorst, die kome tot Mij en drinke.Joh 7:37

Jezus is het die hier roep, beste lezer. Maar wie is deze Jezus?,

Dat is een terechte vraag; want de persoon die de uitnodiging doet, komt bij onze tekst alleszins in aanmerking. Is Hij voor u een vreemdeling , een mens als ik ? Kent u Hem als zo iemand , op wiens beloften men niet kan vertrouwen? Of heeft Hij niet het minste recht, om iets van u te eisen ? dan kan men het u niet kwalijk nemen , als u deze roepstem onderschat of zelfs verwerpt ; gewoon een een mens? Nee, lezer, dat is Hij niet; Hij is de ├®├®ngeboren Zoon van God! wanneer Hij spreekt, beven de Hemelen. , wordt de aarde verschrikt en staan de engelen gereed Zijn wil te volbrengen ; op Zijn woord verstomt de zee, wordt de storm gestild , en varen de duivelen tandknarsend uit. Als zo iemand spreekt, dan , dunkt mij , ge┬¡liefde toehoorders kunt u niet aarzelen te ho┬¡ren ; of zou Hij uw vertrouwen niet waardig zijn ? Nee, dat kan niet; want ┬╗Hij is de eeuwige en heilige God; geen man, dat Hij liegen zou, noch een mensenkind , dat het Hem berou┬¡wen zou; zou Hij het zeggen en niet doen; of spreken , en niet bestendig maken ?” (Num.23 vs. 19.) Hemel en aarde zullen eerder vergaan, dan dat de minste van Zijn woorden , bedreigingen of beloften onvervuld zouden blijven. Deze uitnodiging en belofte staat vast. ┬╗Dit is een getrouw woord en alle aanneming waardig !” kan ook met recht van deze tekstwoorden gezegd worden. Waarom zou de uitnodiging van zo een uw aandacht niet verdienen ?

Kent u Hem nog helemaal niet, en weet u nog niet wat Hij zeggen wil ? Voor Hij verder gaat , kunt u al weten, dat wat Hij zal zeggen over uw zaligheid, uw eeuwig heil gaat. U leest het hier in onze tekst ; Hij , die hier spreekt, wordt Jezus , dat is Zalig­maker, genaamd ; en wanneer Hij spreekt, wie zou niet graag de woorden van een Redder horen , ook al kent men Hem verder niet?

Een vreemdeling die u nog niet kent, is Jezus dat voor u beste hoorder? U hebt over Hem gehoord maar u kent Hem niet? Hoort u tot die ongelukkigen, die, ondanks Gods herhaaldelijk roepen met verharde harten en zinnen weglopen en van Hem niet weten willen; die, ijskoud tot in hun bin­nenste , onder de stralen van Zijn liefdegloed , als versteend blijven? O! kom toch, lees de woorden van onze tekst, en geloof vandaag nog in Hem die Liefde is.

U ziet Hem hier in Johannes 7 op het Loofhuttenfeest , be­zig de menigte, die daar bijeen gekomen was, de kinderen van Jeruzalem bij Zich te verzamelen , zoals een hen haar kuikens onder haar vleugels verzamelt; maar zij wilden niet; ja als beloning voor Zijn trouw sturen zij dienaren uit om Hem gevangen te nemen. Maar Zijn al­les overtreffende liefde wordt niet moe, noch verdriet het Hem ; als de laatste dag van het Feest aanbreekt , die die grootste was omdat op deze dag met de gebruikelijke plechtigheid het water uit de fontein van Siloam geput werd, , werpt Hij nog eer keer het net van het Evangelie uit onder de grote menigte

Hij gaat op een verhoogde plaats staan ÔÇö want een ieder moet Hem kunnen zien ÔÇö en roept met luide stem, opdat een ieder de liefdevolle uitno┬¡diging zal horen : ┬╗Zo iemand dorst, die kome tot Mij en drinke!” En zo rijk in liefde, zo zachtmoedig en geduldig is Hij ook vandaag nog voor Zijn vijanden ; opdat wij allen de liefelijke stem van het Evangelie zouden horen, en Zijn zondaarsliefde erkennen, heeft Hij ons Zijn Woord in onze woningen, en Zijn dienstknechten als leraars gegeven, en zou u dan, gelief┬¡den, uw oren sluiten, en, als deze Jezus spreekt zeggen : ┬╗ik ken deze mens niet ?”

Maar u kent Hem, en hebt al iets van Zijn liefde gesmaakt , van Zijn liefdeskoorden gevoeld; in Zijn Licht hebt u uw ellende ingezien. Erken dan nu dat Zijn liefde u getrokken heeft; hoe Hij door de stem van Zijn Woord u geroepen heeft ; dat Hij u tot bekering wil bewegen; hoe Zijn geest in uw hart werkt. DAN is Hij voor u geen vreemdeling meer; dan kent u Hem immers als de goede Heiland, die niet alleen sinds uw geboorte, maar veel eerder, lange tijd daarvoor, aan u gedacht heeft, voor u gezorgd heeft, ja, voor u leed en stierf. Dan wilt u toch ook weten wat Hij vandaag, opnieuw, en ook verder nog te zeggen heeft?

wordt vervolgd met:

  • Wie zijn het die uitgenodigd worden
  • De uitnodiging zelf

Hoe leest u?

Door: K. Rozendal

uit: Levend Water 1957

Een brief draagt een adres en de inhoud er van is bestemd voor de geadresseerde. Eventuele aanwijzingen of gedragslijnen er in vervat, zijn voor hem en voor niemand anders bestemd.
Het Woord van God nu, richt zich, wat betreft het verwerven en het beleven van de zaligheid, tot twee verschillende soorten mensen, namelijk tot zondaars (die haar kunnen verwerven) en tot Christenen (die haar kunnen beleven). Wij zouden ook kunnen zeggen: tot doden en tot levenden. Het Evangelie, dat is de blijde boodschap van God aan de mensen, over Zijn Zoon Jezus Christus, deze boodschap, is namelijk zowel voor zondaren als tot Christen gericht. Het behelst niet alleen de algemene blijde boodschap voor verlorenen, doch het wendt zich ├│├│k tot de behoudenen in het bijzonder.

Het verkondigt de eersten, dat alle zondaars zalig kunnen worden, door te geloven in die boodschap en vervolgens leert het de Christenen hoe zij, die er volledig en consequent in geloven, zalig (gelukkig en in vrede) kunnen leven. Omdat vele Christenen dit gedeelte van Christus boodschap niet voldoende hebben leren kennen of de consequenties daarvan niet hebben aanvaard, draagt hun leven niet het stempel van godzaligheid. Zij hebben een leven van velerlei teleurstelling en blijven maar al te vaak verslaafd aan allerlei zonden. Dat is tegen Gods wil en het hoeft ook niet, want Hij heeft een gelovige volledig toegerust om als een Christen te leven.

(meer…)

Uitnodiging van zondaars tot zaligheid (1)

 DE UITNODIGING VAN ZONDAARS

tot

ZALIGHEID

EEN LEERREDE

over

JOH. 7: vs. 37.

TE AMSTERDAM,

3 November 1833.

DOOR

ERNST FRIEDRICH BALL

Eerste deel

De genade Gods, en de Gemeenschap des Heiligen Geestes zij met ons allen, Amen.

David (1 Sam. 22 : vs. 2) : ┬╗En tot hem vergaderde alle man1 die benauwd was, en alle man , die een schuldeiser had, en wiens ziel bitterlijk bedroefd was, en hij werd tot Overste over hen, zodat bij hem waren omtrent vier honderd mannen.” David, de man naar Gods hart, door God niet alleen geroepen om het rijk in Isra├½l op te richten, maar die Hij ook tot een Stamvader , ja in Zijn Koninklijke waardigheid tot een voor┬¡beeld van de Messias verkozen had ; David moest niet tegenstaande deze hoge roeping een lange tijd als vluchteling ronddolen in dat land, hetwelk God zelf hem gegeven had; gelijk over het geheel zij , die des Heeren zijn, allen Christus op den weg van smaad en vernedering moeten navolgen, zul┬¡len zij eens tot de heerlijkheid ingaan. ÔÇæ

1 Zo moest David voor de vervolgingen van Saul vluchten, en zich in bergen en spelonken verstoppen.

Wij vinden hem hier in zoÔÇÖn spelonk , Adul┬¡lam geheten. Verstoten van Isra├½l , en zelfs aan de spot en smaad der Filistijnen blootgesteld , blijft hem nu nog slechts deze schuilplaats over; maar zie , in deze diepste vernedering vergadert zich tot hem, alle man, die in nood en schuld en bedroefd van harte is; zij , die niets meer te ver┬¡liezen of te verwachten hebben dan alleen van Da┬¡vid, vergaderen zich tot hem, en maken hem tot een Overste over hen , opdat hij hen in zijn be┬¡scherming nemen en voor hen strijden zou , en zij zo verberging en geleide bij hem vinden zou┬¡den. Slechts waren het vier honderd mannen van de duizenden in Juda , die de van God gezalfde Koning als zodanig erkenden , en Saul met zijn hovelingen durfden met die kleine groep de spot te drijven , omdat deze niet uit de edelen , maar uit de armoedigsten. in Isra├½l bijeenverzameld was: Da┬¡vid echter nam ze allen aan; niemand was hem te slecht of te gering ; alle man , die in nood en schuld en bitterlijk bedroefd was en tot hem kwam, nam hij aan en werd hun tot een Over┬¡ste. Met deze kleine bende voerde hij blijmoedig de strijd van de Heere , en toen eenmaal alle vijanden over┬¡wonnen waren , en Isra├½l , van Dan tot Berseba toe, hem huldigde , waren het zijn uitverkorenen , die met hem de goederen en de eer van zijn rijk deelden.

Ik hoef u, beste hoorder vast niet te wijzen op de opmerkelijke overeenkomst die wij hier aantreffen tussen deze David en Davids grote Zoon , tussen deze aardse en de Hemelse David, onze Heer en Koning Jezus Christus. ÔÇö Van eeuwigheid af zijn Hem de Koninkrijken dezer aarde ten erve gegeven , en sedert 1800 jaren werd het voor aller oren als een boodschap van God verkondigd ÔÇ£dat deze Jezus door God tot Heer en Christus gemaakt isÔÇØ. ÔÇØDeze is mijn geliefde Zoon, hoort Hem !” zo roept de stem van de hoog┬¡waardige Heerlijkheid ; zo luidt het in de Heilige Schrift , en klinkt het terug uit de mond van elke Godsgezant.

Slechts een kleine en verachte schare onder de miljoenen der Heidenen, onder de duizenden der naam-Christenen, vergadert zich in waarheid om Hem heen! De grootste menigte hangt de door God verstoten en verworpen Saul aan, de Duivel en de wereld, kiest liever voor een tijd de genietingen der zonde te hebben, dan de smaad┬¡heid van Christus te dragen. En wie zijn zij, die Christus toebehoren ? ┬╗Want gij ziet uwe roeping, Broeders!” zegt Paulus, (1 Cor. 1: vs. 26) ┬╗ dat gij niet vele wijzen zijt naar het vlees, niet vele machtigen , niet vele edelen.” Doch dit betreft al┬¡leen de uitwendige staat van het christendom, en zijn er, Gode zij dank!, in deze tijd nog bij┬¡zonder verblijdende voorbeelden, hoe rijken, ede┬¡len en wijzen dezer wereld blijmoedig hulde doen aan de heerlijkheid en wijsheid van het Evangelie. Doch naar de inwendige staat van de ziel, hoe is het dan met de navolgers van Christus gesteld? Hoogst betreurenswaardig! men vindt er geen, die zich ook in het minste in eigengerechtigheid , deugd┬¡zaamheid , kracht of wijsheid beroemen kan;

Wij allen zijn als een onreine , en al onze gerechtigheden zijn als een wegwerpelijk kleed. In ons, Heere! is geen kracht; zonder U kunnen wij niets doen”.┬áDit is hun aller belijdenis; zij allen zijn gelijk aan die , welke in de spelonke Adullams zaten , be┬¡nauwd, in schuld , en bedroefd van harte. ÔÇö De Heere Jezus echter neemt hen allen aan , en werpt niemand uit, die tot Hem komt. Komt er een door zonden nood gedrongen, met zondenschuld beladen , en bedroefd van harte over zijn geeste┬¡lijke ellende, die niets medebrengt, en ook niets heeft dan nood, schuld en kommer , de Heere Jezus neemt hem aan en wordt zijn Overste; die Heer, , die voor het dagelijks onderhoud, voor de schul┬¡den , voor de bescherming van de zijnen zorg draagt ; die hen regeert en leidt; die hun v├│├│rgaat , ja voor hen strijdt ; bij Hem vinden zij rust , vreugde en troost ; al gaat het ook van de ene afgrond tot de andere , hun Overste gaat t├│ch vooraan ; hun Heer zorgt, en zij zijn getroost: zij hebben een Heiland, een Zaligmaker, , en wat zouden zij nog meer behoeven! En eens, ja eens komt ook de tijd , dat alle vijanden Gods gedood en overwonnen zullen zijn , de gehele aarde vol van gerechtigheid en kennis┬ávan de Heere zal zijn, en dan niet slechts van Dan tot Berseba, maar van zee tot zee, alle Koninkrijken van de Heere en Zijn Gezalfden zijn, en zij, die hier met Hem streden, daar met Hem heersen zullen.

Maar, geliefden, waarom zijn zij , die Christus tot hun Overste gekozen hebben, nog zo wei­nig in getal? Waarom is de spelonk van Adullam , het Rijk van Christus op aarde, nog zo leeg?

Zijn er dan geen mensen, die in nood en schuld en bedroefd van harte zijn, behalve deze kleine schaar van ware Christenen? Zeker, allen zijn zondaars, en de ellende en de nood op aarde is zo talrijk als het zand der zee. Ach! Voorzeker, het komt, omdat zij het niet weten, geloven of bemerken willen ; de grootste menigte gaat lachend, zingend en dartelend het eeuwige verderf tegemoet, als een krankzinnige, en daarom hebben zij geen behoefte aan de Heere. Wellicht ook blijven velen van Christus weg, niet zozeer omdat zij hun nood te weinig inzien; nee, zij bezwijken bijna onder de last van hun zonden; maar zij menen , dat de Heere zulke bedorvenen, als zij zijn, niet wil aannemen. D├ín pas, als zij zonder nood en schuld en verheugd van harte zijn, d├ín pas zullen zij zich tot de Heere wenden. O, geenszins! lees het toch hier, en hoor het vandaag uit de Schrift , dat het juist de vermoeiden en belasten , de hongerigen en dorstigen, ja de zon┬¡daars zijn, die de Heere Jezus tot zich roept; nee, juist dit is het, wat onze God ons heden wil laten. verkondigen: ┬╗dat allen, die dorsten, tot Hem komen!”

Zo hoort het dan, gij, die in nood en schuld en bedroefd van harte zit, de Heere roept u; komt tot Hem ; Hij wil gaarne u ten Overste zijn.

Om zielen voor deze Heer te winnen, om tot deze Zaligmaker te nodigen, daarom ben ik op deze plaats. ; Hij schenke dan Zijn Heilige Geest bij het Woord, en moge de Vader, die Hem gezon­den heeft , u bij Zijn nodiging tot zich trekken!

Wordt vervolgd met :

Pagina 1 van 212
Alverzoening © 2016 Frontier Theme