Alverzoening

weerwoord voor een dwaalleer Joh. 1:12

Uitnodiging van zondaars tot zaligheid (1)

 DE UITNODIGING VAN ZONDAARS

tot

ZALIGHEID

EEN LEERREDE

over

JOH. 7: vs. 37.

TE AMSTERDAM,

3 November 1833.

DOOR

ERNST FRIEDRICH BALL

Eerste deel

De genade Gods, en de Gemeenschap des Heiligen Geestes zij met ons allen, Amen.

David (1 Sam. 22 : vs. 2) : ┬╗En tot hem vergaderde alle man1 die benauwd was, en alle man , die een schuldeiser had, en wiens ziel bitterlijk bedroefd was, en hij werd tot Overste over hen, zodat bij hem waren omtrent vier honderd mannen.” David, de man naar Gods hart, door God niet alleen geroepen om het rijk in Isra├½l op te richten, maar die Hij ook tot een Stamvader , ja in Zijn Koninklijke waardigheid tot een voor┬¡beeld van de Messias verkozen had ; David moest niet tegenstaande deze hoge roeping een lange tijd als vluchteling ronddolen in dat land, hetwelk God zelf hem gegeven had; gelijk over het geheel zij , die des Heeren zijn, allen Christus op den weg van smaad en vernedering moeten navolgen, zul┬¡len zij eens tot de heerlijkheid ingaan. ÔÇæ

1 Zo moest David voor de vervolgingen van Saul vluchten, en zich in bergen en spelonken verstoppen.

Wij vinden hem hier in zoÔÇÖn spelonk , Adul┬¡lam geheten. Verstoten van Isra├½l , en zelfs aan de spot en smaad der Filistijnen blootgesteld , blijft hem nu nog slechts deze schuilplaats over; maar zie , in deze diepste vernedering vergadert zich tot hem, alle man, die in nood en schuld en bedroefd van harte is; zij , die niets meer te ver┬¡liezen of te verwachten hebben dan alleen van Da┬¡vid, vergaderen zich tot hem, en maken hem tot een Overste over hen , opdat hij hen in zijn be┬¡scherming nemen en voor hen strijden zou , en zij zo verberging en geleide bij hem vinden zou┬¡den. Slechts waren het vier honderd mannen van de duizenden in Juda , die de van God gezalfde Koning als zodanig erkenden , en Saul met zijn hovelingen durfden met die kleine groep de spot te drijven , omdat deze niet uit de edelen , maar uit de armoedigsten. in Isra├½l bijeenverzameld was: Da┬¡vid echter nam ze allen aan; niemand was hem te slecht of te gering ; alle man , die in nood en schuld en bitterlijk bedroefd was en tot hem kwam, nam hij aan en werd hun tot een Over┬¡ste. Met deze kleine bende voerde hij blijmoedig de strijd van de Heere , en toen eenmaal alle vijanden over┬¡wonnen waren , en Isra├½l , van Dan tot Berseba toe, hem huldigde , waren het zijn uitverkorenen , die met hem de goederen en de eer van zijn rijk deelden.

Ik hoef u, beste hoorder vast niet te wijzen op de opmerkelijke overeenkomst die wij hier aantreffen tussen deze David en Davids grote Zoon , tussen deze aardse en de Hemelse David, onze Heer en Koning Jezus Christus. ÔÇö Van eeuwigheid af zijn Hem de Koninkrijken dezer aarde ten erve gegeven , en sedert 1800 jaren werd het voor aller oren als een boodschap van God verkondigd ÔÇ£dat deze Jezus door God tot Heer en Christus gemaakt isÔÇØ. ÔÇØDeze is mijn geliefde Zoon, hoort Hem !” zo roept de stem van de hoog┬¡waardige Heerlijkheid ; zo luidt het in de Heilige Schrift , en klinkt het terug uit de mond van elke Godsgezant.

Slechts een kleine en verachte schare onder de miljoenen der Heidenen, onder de duizenden der naam-Christenen, vergadert zich in waarheid om Hem heen! De grootste menigte hangt de door God verstoten en verworpen Saul aan, de Duivel en de wereld, kiest liever voor een tijd de genietingen der zonde te hebben, dan de smaad┬¡heid van Christus te dragen. En wie zijn zij, die Christus toebehoren ? ┬╗Want gij ziet uwe roeping, Broeders!” zegt Paulus, (1 Cor. 1: vs. 26) ┬╗ dat gij niet vele wijzen zijt naar het vlees, niet vele machtigen , niet vele edelen.” Doch dit betreft al┬¡leen de uitwendige staat van het christendom, en zijn er, Gode zij dank!, in deze tijd nog bij┬¡zonder verblijdende voorbeelden, hoe rijken, ede┬¡len en wijzen dezer wereld blijmoedig hulde doen aan de heerlijkheid en wijsheid van het Evangelie. Doch naar de inwendige staat van de ziel, hoe is het dan met de navolgers van Christus gesteld? Hoogst betreurenswaardig! men vindt er geen, die zich ook in het minste in eigengerechtigheid , deugd┬¡zaamheid , kracht of wijsheid beroemen kan;

Wij allen zijn als een onreine , en al onze gerechtigheden zijn als een wegwerpelijk kleed. In ons, Heere! is geen kracht; zonder U kunnen wij niets doen”.┬áDit is hun aller belijdenis; zij allen zijn gelijk aan die , welke in de spelonke Adullams zaten , be┬¡nauwd, in schuld , en bedroefd van harte. ÔÇö De Heere Jezus echter neemt hen allen aan , en werpt niemand uit, die tot Hem komt. Komt er een door zonden nood gedrongen, met zondenschuld beladen , en bedroefd van harte over zijn geeste┬¡lijke ellende, die niets medebrengt, en ook niets heeft dan nood, schuld en kommer , de Heere Jezus neemt hem aan en wordt zijn Overste; die Heer, , die voor het dagelijks onderhoud, voor de schul┬¡den , voor de bescherming van de zijnen zorg draagt ; die hen regeert en leidt; die hun v├│├│rgaat , ja voor hen strijdt ; bij Hem vinden zij rust , vreugde en troost ; al gaat het ook van de ene afgrond tot de andere , hun Overste gaat t├│ch vooraan ; hun Heer zorgt, en zij zijn getroost: zij hebben een Heiland, een Zaligmaker, , en wat zouden zij nog meer behoeven! En eens, ja eens komt ook de tijd , dat alle vijanden Gods gedood en overwonnen zullen zijn , de gehele aarde vol van gerechtigheid en kennis┬ávan de Heere zal zijn, en dan niet slechts van Dan tot Berseba, maar van zee tot zee, alle Koninkrijken van de Heere en Zijn Gezalfden zijn, en zij, die hier met Hem streden, daar met Hem heersen zullen.

Maar, geliefden, waarom zijn zij , die Christus tot hun Overste gekozen hebben, nog zo wei­nig in getal? Waarom is de spelonk van Adullam , het Rijk van Christus op aarde, nog zo leeg?

Zijn er dan geen mensen, die in nood en schuld en bedroefd van harte zijn, behalve deze kleine schaar van ware Christenen? Zeker, allen zijn zondaars, en de ellende en de nood op aarde is zo talrijk als het zand der zee. Ach! Voorzeker, het komt, omdat zij het niet weten, geloven of bemerken willen ; de grootste menigte gaat lachend, zingend en dartelend het eeuwige verderf tegemoet, als een krankzinnige, en daarom hebben zij geen behoefte aan de Heere. Wellicht ook blijven velen van Christus weg, niet zozeer omdat zij hun nood te weinig inzien; nee, zij bezwijken bijna onder de last van hun zonden; maar zij menen , dat de Heere zulke bedorvenen, als zij zijn, niet wil aannemen. D├ín pas, als zij zonder nood en schuld en verheugd van harte zijn, d├ín pas zullen zij zich tot de Heere wenden. O, geenszins! lees het toch hier, en hoor het vandaag uit de Schrift , dat het juist de vermoeiden en belasten , de hongerigen en dorstigen, ja de zon┬¡daars zijn, die de Heere Jezus tot zich roept; nee, juist dit is het, wat onze God ons heden wil laten. verkondigen: ┬╗dat allen, die dorsten, tot Hem komen!”

Zo hoort het dan, gij, die in nood en schuld en bedroefd van harte zit, de Heere roept u; komt tot Hem ; Hij wil gaarne u ten Overste zijn.

Om zielen voor deze Heer te winnen, om tot deze Zaligmaker te nodigen, daarom ben ik op deze plaats. ; Hij schenke dan Zijn Heilige Geest bij het Woord, en moge de Vader, die Hem gezon­den heeft , u bij Zijn nodiging tot zich trekken!

Wordt vervolgd met :

The Author

vader Jakob

Mijn bijnaam is vader Jakob, omdat ik Jakob heet en vader ben, met kleine v. Ik ben een taalliefhebber en een liefhebber van het Woord met een grote W. Beschouw mezelf als niet passend in enige denominatie of kerkgenootschap. Erg benieuwd naar de toekomst.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Alverzoening © 2016 Frontier Theme